Roucquet

“De 1906 was meer gecorseerd, een grotere wijn me dunkt!” “Hoe kun je dat nu zeggen, reageerde Coen, de 1920 is veel eleganter, een echte premier cru!” Het was Kerstmis 1935. Mijn vader kan zich als kind de superlatieven over de Margaux 1906 en 1920 nog goed heugen. Elk jaar rond de Kerst schonk zijn vader het beste uit zijn kelder aan zijn neven Coen en Cees. Opa, oom Coen en oom Cees kwamen er maar niet uit welk jaar nu beter was.

Cees (l) & Coen (r) met vrouwelijk schoon tijdens een potje tennis

U begrijpt, wijn werd in mijn familie met de paplepel ingegoten. Dat was ook letterlijk wel een beetje zo. Pa werkte bij Heineken op de Noordsingel in Rotterdam. Aan tafel hadden mijn broertje en ik drie opties; Heineken in een ‘deukje’, wijn met water of water. Een ‘deukje’ was een klein glaasje met aan de onderkant deukjes waar je vingers precies in paste. Of ze speciaal voor kinderen gemaakt waren weet ik niet, maar mijn vader dronk zijn bier in ieder geval uit een vaasje. Zondags was er SiSi, maar echt alleen op zondag.

Si-Si?

De wereld van wijn bleef lang een schimmige. Behoud van reputatie was belangrijker dan kwaliteit. Zo kocht mijn oma ooit – opa was reeds overleden – bij de Albert Heijn een Chateau Margaux uit 1972. Het was helaas een zuur en waterig wijntje, niet veel beter dan de Pinard, de huiswijn van de Appie.

De eerste die de schimmige wijnwereld doorprikte was Robert Parker. Hij hanteerde heldere maatstaven en gaf wijnen een waardering tussen de 50 en 100 punten. De wijnwereld stond op z’n kop! Vele gerenommeerde wijnhuizen werden met de grond gelijk gemaakt, ook in de Bordeaux, maar vooral in de Bourgogne. Volgens Parker was het simpel. Goede wijn wordt gemaakt door een hardwerkende boer en met rijpe druiven. De tijd van ‘elegante’ wijnen van onrijpe druiven was definitief voorbij.

Robert Parker’s Vintage Wine Chart

“I only cellar 92+ wines, Anton. Parker is the man with the Paragon palate. He is always right”.
Ian Lloyd was een bridgevriend met een imposante wijnkelder. Officieel was hij filmproducer. Zat hij zonder werk dan gingen er wat kisten naar Christies en kon hij weer een paar maanden vooruit. In 1992 kocht ik op zijn advies in Londen Parkers standaardwerk ‘Bordeaux 1961-1990’.

Stage lopen bij Torelli

De zoektocht naar goede wijn was gestart. Eerst jaren in Frankrijk en nu in Italië. Met Parker op zak begin je met de Barolo’s en de Barbaresco’s. Maar een goeie Barbaresco is tegenwoordig net zo duur als een goeie Bordeaux. Leuk voor de Kerst maar verder niet zo interessant. Gelukkig biedt Piemonte een scala aan wijnen met een veel hogere genotscoëfficiënt*.

En nu dertig jaar later sta ik op mijn eigen wijngaard. Het zijn er eigenlijk twee, il piccolo e il medio, wie weet komt er ooit nog een grande. Op il piccolo staat Ruchè, maar eigenlijk mag ik het niet zo noemen. Ruchè mag uitsluitend verbouwd worden in zeven dorpjes rondom Castagnole Monferrato. Hier werd de wijn vroeger alleen geschonken tijdens feeëriek verlichte dorpsfeesten. De wijn van de zeven dorpjes drinkt ook als een sprookje; aromatisch, amoureus en divine. Ruchè is totaal anders dan de gespierde Barbera of de frivole Dolcetto.

Derdejaars viti met Frommel 2.0

“Hoe oud zijn je viti nu?” “Eh, ze zijn van 2019, dus twee jaar oud.” “Nee joh, zegt Pierfrancesco Gatto, dan zijn het derdejaars. Dan heb je dit jaar al je eerste oogst!” Ik schok me rot! Ik was alleen nog maar bezig met het maken van een sterke stok. Pas in 2022 of 2023 zou ik voor het eerst oogsten, maar nu al? Daar ben ik nog helemaal niet klaar voor! En ik heb nog geeneens een naam. Wat vindt u van Roucquet? Klinkt in ieder geval divine en amoureus!

*Wijn met een hoge genotscoëfficiënt volgens mijn berekening (genot/€):

Agnes, Frommel en ik (Agnese, Bobo e io)

“Ik wil graag nieuwe wandelschoenen, die bergschoenen zijn me te zwaar. En ik wil dat je een blog maakt over Agnes en Frommel!”

Agnes wordt binnenkort 50. Natuurlijk vraag ik wat zij voor haar verjaardag wil. Je moet niet zomaar met iets aankomen bij Agnes en al helemaal niet met sieraden! De kans dat je dan de plank misslaat is levensgroot. Nee, Agnes houdt graag controle, ook over haar wensen.

Het heeft vandaag de hele dag geregend. Heerlijk! Het scheelt mij urenlang sproeien in mijn nieuwe wijngaard. Agnes heeft me daarbij fantastisch geholpen! Ik boor de ‘buchi’ en zij plant de plantjes. Dat boren deed ik met de ‘trivella’, de motorboor van onze boer Matteo Marconi. Het is loodzwaar werk, maar Agnes heeft het minstens zo zwaar. Gezeten op haar billen schuifelt ze van plantje naar plantje, 500 in totaal. Het is bukken en planten in een onmogelijke houding. Frommel kijkt toe. Die ligt lekker in de schaduw onder een boom.

La trivella e io

Het is koel in huis. Ik doe lekker de haard aan en Agnes heeft geregeld dat wij vanavond kijken naar ‘De beentjes van Sint Hildegard’, een film van Herman Finkers. Herman speelt de rol van een man die gek wordt van zijn vrouw die alles voor hem regelt. Hij doet net alsof hij dement wordt. Op deze manier hoopt hij te worden opgenomen in de Alzheimer kliniek om zo te kunnen ontsnappen aan zijn vrouw. Het is een hilarische film! Agnes buldert het uit op de bank. “Die vrouw ben ik!”, schatert ze van het lachen. Ik denk, dat is mooi. Alle verbetering begint bij bewustwording. Er is dus nog hoop voor mij.

Je moet weten, Agnes heeft twee grote liefdes, mij en Frommel. Daarbij staat ‘FrompiePompie’ onbetwist op de eerste plaats. Afhankelijk van hoe de wind waait ben ik een ‘goeie tweede’, of volg op mijlen afstand. Ik maak me hier niet druk om. Frommel is namelijk een meisje, dus blijf ik stiekem wel de eerste man in haar leven…

Madame e mademoiselle Frommèl

“Pas op, je rijdt bijna in de greppel!” en even later “Kijk uit! Je rijdt op hun weghelft”. We zitten in de auto, want we moeten met Frommel naar Ome Dokter. Ik rij met opzet meer op links. Dat is verstandig bij die Italianen, want die halen je overal in, zelfs over de dubbele streep. Dan is het goed om te laten weten dat jij er ook bent. Bovendien, hoe meer je op links rijdt, des te meer ruimte er is om naar rechts te kunnen uitwijken. En rijd ik keurig op rechts, dan liggen we volgens Agnes dus bijna in de greppel… Er wordt een echo van Frommels blaas gemaakt. Gelukkig is alles goed. Geen enge ziektes, wel een antibioticakuurtje.

Op bezoek bij ome en tante dokter

Agnes heeft nog meer wensen. Een zonnebril. Niet zo’n gewone, het liefst een Tom Ford. Agnes is sowieso niet van dat gewone. Gewone mannen vindt ze niks, nee, ze heeft altijd al een kakker gewild, zegt ze dan. En toen ze mij dus in dat rib jasje in de Witte Aap zag, dacht ze hé, da’s interessant. Ze heeft nog wel twee maanden ‘hard to get’ gespeeld, maar de uitkomst was onvermijdelijk. Die kakker zou het worden. En ik moet zeggen, ik ben daar best in mijn nopjes mee.

“Wist je al dat ik van je hou?”, klinkt mij altijd als muziek in de oren. Zo veel beter dan “Hou je nog wel van me?” Met zo’n zeurvraag komt Agnes nou nooit. “Ik ook van jou!” antwoord ik dan. Die reminder staat ook in mijn overhemden genaaid. Slim van Agnes. Zo kan ik het nooit vergeten! En ik vergeet nogal eens wat. Daar is ze dan weer minder blij mee. En handig ben ik ook niet echt. Agnes komt dan vaak met goeie raad. “Oh fantastisch, als ik jou toch niet had!”, verzucht ik dan. En als ik dát vergeet te zeggen, souffleert Agnes; “wat zeg je dan…, als ik jou toch niet had!”

Vandaag is Agnes vieftig. Mien wief heb er zin an. Ze werd gekroand door Mem tot de orde van Sara, met ‘n kroon in heur haar. Ze hebt niks met zo’n pop, maar ze gedoogd de kroon. Ik ben trots op mien wief. Het is ‘n superwief en ik vraag haar zowaar “Wist je al hoe veel ik van je hou?”

❤️

Monte Rosa?

“Quello? Quello è il Monte Bianco”, zegt Gerardo. Gerardo is de vader van onze buurman Elton. Gerardo is mijn voorbeeld Italiaan, zelfverzekerd, mooie snor. Bij Gerardo schijnt altijd de zon.

Ik heb hem net gevraagd of hij weet op welke bergen wij uitkijken. Gerardo zal het toch wel weten. Hij woont hier al zijn hele leven. Toch twijfel ik. Mijn kompas wijst naar het Noorden. Dat wijst eerder op het Monte Rosamassief of de Cervino. De Mont Blanc is toch meer naar het Noordwesten. Maar wie ben ik om te twijfelen aan het oordeel van een geboren en getogen residente da Ponti?

Uitzicht Ponti

Toch vind ik geen rust. Het is nu al onze derde zomer in Ponti. Het is één van die zeldzame kristalheldere dagen in augustus. Tussen twee heuvels doemen de sneeuwtoppen weer op. Nog steeds kan ik mijn gasten geen zekerheid geven. Ik besluit dat ik zo’n zomer niet nog eens wil meemaken. Ik overleg met Agnes en ze vindt het een goed idee. We rijden er naar toe!

Zo gezegd zo gedaan. Agnes boekt twee nachten aan de voet van de Monte Rosa. Twee dagen later zitten we in de auto op weg naar Gressoney-La-Trinité. Onderweg houden we het gebergte zo goed als mogelijk in de gaten. Als we de autostrada verlaten zijn de sneeuwtoppen inmiddels volledig uit zicht. Het blijft spannend. We moeten nog 40 kilometer het Walsertal in. Het is een merkwaardig dal. We zijn nog steeds in Italië, maar de plaatsnamen zijn Frans of Duits.

Anton op de Birckenstocks

Rond vier uur arriveren we bij Residenza Le Marmotte in Staffal op 1.820 meter. Agnes heeft het perfect geregeld. Verder in het dal kunnen we niet. De weg stopt voor onze deur. We pakken uit en genieten nog een kwartier van de zon. Dan koelt het rap af. Na vier maanden nemen we afscheid van de Birkenstocks en trekken de Meindls aan. De zon schijnt nog op de besneeuwde toppen. Ze zien er anders uit, maar dat is logisch, bedenk ik. Morgen verder op onderzoek!

Ik heb Agnes wel eens vaker de bergen ingelokt. Niet altijd met succes. Stijgen gaat wel, zij het onder luid protest, maar met dalen heeft ze veel moeite. Het moest dus een lichte wandeling worden. Uiteindelijk lukt het me toch om haar voor een ‘medium’ wandeling te strikken. Per slot van rekening moet ik zelf ook een beetje aan mijn trekken komen. Tact is vervolgens van levensbelang. Bij de eerste klachten over te steile paadjes moet ik niet direct opgeven. “Voorbij de boomgrens wordt het altijd vlakker” maak ik Agnes wegwijs.

Agnes is moe

Na drie uur bereiken we een uitgestrekte alpenweide. Hier heerst het rijk van de Marmotten. Met scherpe fluitsignalen kondigen ze onze komst aan. Op enige afstand ontwaar ik een berghut. “Ga jij maar”, zucht Agnes, “ik kan niet meer”. Tijd om mijn tweede troef te spelen, en ik roep: “Achter de hut is het Lago, daar kan Frommel lekker zwemmen!” Binnen een kwartier genieten we samen van een zuppa di gulash in het ‘Adler’s Nest’. Het nest biedt prachtig uitzicht op diverse sneeuwtoppen van de Monte Rosa. Ik maak wel 30 foto’s. Ik twijfel. Soms lijkt het op ons uitzicht vanuit Ponti, dan weer niet…

img_0234

De volgende ochtend zitten we aan de koffie bij het barretje om de hoek. We genieten nog na van de wandeling, maar ik heb nog steeds geen zekerheid. Ik laat mijn wazige ingezoomde iPad foto van ons uitzicht in Ponti aan het personeel zien. “Sorry, I don’t know for sure, but Alessandro knows and he will be here in a few minutes”. Vijf minuten later arriveert Alessandro. Naast bareigenaar, is hij berggids en reddingswerker. Hij heeft zo meteen een klimexamen maar heeft wel even tijd om naar mijn scherm te kijken. Met kloppend hart toon ik hem de foto. Alessandro herkent de silhouetten van de bergkammen direct. “On the left is Castore, in the middle the two Lyskamms and on the right the Gnifetti peak. Behind that peak you can see the Dufourspitze”. Ik ben met stomheid geslagen. Hij beschrijft het complete Monte Rosamassief! Zeer voldaan rijden we terug naar Ponti, nog 200 kilometer….

aeb09345-ca6f-4818-b012-79b05f939969 

La Porta della Zia Nini (De deur van tante Nini)

La porta della zia Nini

Al twee jaar zeul ik een deur achter me aan. Het is een erfstuk, dus daar moet je iets mee. Het loodzware gevaarte komt uit het appartement van tante Nini. Tante is de ongetrouwde oudere zus van mijn vader. Frankje mocht studeren, Nini niet.

Tante Nini
Tante Nini

Vaak was ze zuur en kribbig. Ze was lerares op een basisschool, maar had volgens mij een pesthekel aan kinderen. Ze sloeg ze ook. Dan gingen die ouders zeuren bij het schoolhoofd en kreeg ze een reprimande. Maar als kind waren wij nooit bang van Tante. Rond Sinterklaas verheugden we ons altijd op haar komst. Ze hoorde erbij. Ik vond dat ze groot gelijk had dat ze die mormels af en toe een draai om de oren gaf. Mijn vader deed dat ook bij ons…

Tante is niet meer. Ze heeft de gezegende leeftijd van 94 bereikt. Ze had alles aan het Wereld Natuur Fonds kunnen nalaten maar dat deed ze niet. Ze was uit traditioneel hout gesneden. Haar vermogen had ze geërfd van haar vader en ze vond dat alles ook weer doorgegeven moest worden aan diens kleinkinderen, ook al waren die dan van haar broer.

Dr. van Praag
Dr. van Praag

Zo kwam La porta della zia Nini bij mij terecht. Tante had de deur ook al haar hele leven achter zich aan gesleurd. Molenaars bewaren alles. Oorspronkelijk was het de voordeur van de praktijk van haar grootvader Dr. van Praag (1864-1948), de huisarts van Wassenaar aan het Dorpsplein. Alles bij elkaar voldoende reden om tantes deur met egards te behandelen, hoe lomp en zwaar die ook is.

Ook al is het een onding, hij is wel mooi, met sierlijk snijwerk en ornamenten. Als voordeur is die anno nu echter niet meer geschikt. Met slechts 193 cm in lengte, past hij nergens meer. Tante heeft de deur in haar Turnhoutse appartement uiteindelijk zelfs tot kastdeur moeten degraderen.

Wij hadden goede hoop dat hij in Italia wel zou passen. Italianen zijn een maatje kleiner en onze boerderij in Piemonte moest behoorlijk verbouwd worden. Alle ramen en deuren moesten worden vervangen. Maar zelfs de plattelandsmaten bleken hier te groot. Ons zwembad bood uitkomst. Het is een voornaam bad geworden en daar past een voorname toegangspoort bij. Vanaf de schuur opent zich nu La Porta, waarna een zwevende trap toegang geeft tot La Piscina. Een waardige bestemming voor de deur uit het dorp met de wassende maan.

6ff899d5-ec2c-4588-a73b-75618d1a14d6

I miei barbatelli!

‘Wilt u niet liever 200 stokken?’ Alessandro staat in het gezellige kantoortje met de telefoon in zijn hand. Hij wil zijn vader Pierfrancesco Gatto nog wel even bellen of er nog barbatelli te koop zijn. Het is al mei en de meeste wijnboeren hebben hun barbatelli al in de grond.

Barbatelli hebben niets met Barbapapa en Barbamama te maken, behalve dan dat het kleine babywijnstokjes zijn. Pierfrancesco koopt er jaarlijks 1.000 om dode en slechte ranken te vervangen. Een paar maanden geleden hadden we flink wat wijn bij hem gekocht. Na al haar moed verzameld te hebben, vroeg Agnes hem of we via hem ook wijnstokken konden afnemen. ‘Geen probleem, of ik er nu 1.000 of 1.100 koop, dat maakt niet uit’.

etiket gatto
Een etiket van azienda Gatto van wijlen kunstenaar Carlo Carosso uit Asti

Ik was er even stil van. Ongelooflijk, we hadden elkaar nooit eerder ontmoet, maar niets van achterdocht. Niks van, wat moeten die Hollanders daar mee? Of, dachten jullie dat ik zo maar laat weten waar Abraham de mosterd haalt? Ik vraag me nog steeds sterk af of een Franse wijnboer ook zo behulpzaam zou zijn geweest.*

Bescheiden blijven nu. Meer dan 100 stokken durfde ik dan ook niet te vragen. ‘Wilt u niet liever 200 stokken?’ vraagt Alessandro. Het klonk als muziek in mijn oren. Inmiddels had hij zijn vader aan de lijn. ‘Kunt u ze vanavond om 21.00 uur afhalen?’.

De belangrijkste stap voor mijn wijngaard was gezet. Het basiskapitaal is verzekerd! Nu nog even de tijd overbruggen. Voldaan togen Agnes en ik naar het dorpsplein. Voor ons drentelde Toby, de beagle van azienda Gatto. Dat was niet de bedoeling. Slim had Toby misbruik gemaakt van het openen van de poort. Onze goedzak Frommel fungeerde als lokaas en speelde ‘hard to get’, na enige vluchtpogingen van Toby, hadden we hem ingerekend. Het was het minste wat we konden doen!

Voor het inrichten van de wijngaard heb ik verschillende ‘consiglieri’. Een consigliere associeer ik altijd met Robert Duvall in zijn legendarische rol als consigliere in The Godfather. Het betekent in het Italiaans gewoon adviseur. Luca van Isolabella della Croce, heeft twee pezzi op ons terrein aangewezen die zeer geschikt zijn voor mijn wijn. Matteo Marconi is niet alleen mijn adviseur maar helpt ook nog mee. Hij is onze superbuurboer die ons land bewerkt. We hadden net met Matteo een nieuw contract afgesloten voor vijf jaar met een soort pachtsom, maar die wordt nooit uitbetaald. Zijn hulp in natura is mij vele malen meer waard!

Voordat de stokken de grond in gaan, moet er eerst diep geploegd worden. Na een dag werk, heeft de bulldozer het hele stuk anderhalve meter diep omgeploegd. Nu moeten de ‘buchi’ geboord worden. In dit geval flinke gaten van een meter diep.

Matteo boort en ik leg de lat telkens 85 centimeter verder totdat we 200 buchi hebben. Tegen de avond begin ik met het planten van de stokken. Agnes wil alleen verder helpen als ik sneller plant. Ze vindt me te veel een Pietje Precies en het begint wat te regenen.

‘Als de stokken erin zitten, hoef je voorlopig niks meer te doen, alleen om de drie à vier dagen water geven’ zei Matteo. We zijn bijna klaar met planten en het regent pijpenstelen. Het houdt maar niet op. Normaal is dat genoeg voor een sombere dag. Vandaag niet, ik ben kletsnat maar voor mij schijnt de zon!

*Daarbij komt, dat ik niet om een gewone Chardonnay- of Barberadruif vroeg, maar naar het zeldzame druivenras Ruchè. Er zijn maar zeven dorpjes rondom Castagnole Monferrato die Ruchè op het etiket mogen zetten. Buiten dit gebied is het verboden en als je toch Ruchè wil maken, moet je het wel een andere naam geven. Suggesties zijn welkom!

file3-1.jpeg
Ruchè of Rouchet of ?

 

Vorremmo giocare a bridge (We willen graag bridgen)

“Possiamo giocare a bridge?” Ik heb het minutieus uit het hoofd geleerd. Agnes, die veel beter Italiaans spreekt, heeft me met deze zin vooruit gestuurd. Ik verdenk haar ervan, dat ze al door had dat er iets mis was met onze reservering.

Het begon al met het adres. Het zou ergens aan de Po zijn, in Torino. Het adres op de flyer was echter een kale vlakte met bulldozers. ‘Typisch Italiaans”, foetert Agnes. En dat op 6 januari, het feest van la Befana! Naast de drie koningen komt in Italië ook nog een heks op een bezemsteel langs, compleet met roetvegen. Ze doet denken aan Madam Mikmak en geeft aan lieve kinderen cadeautjes, stoute krijgen steenkolen. Allora, wij zouden dus ‘torneo della Befana’ gaan spelen.

img_3372.jpg
De flyer met foutief adres

Na een beetje rondvragen vonden we de locatie, een kilometer verderop in een geheel andere straat. “Is er dan misschien een paar uitgevallen?”, vragen wij nog vol verwachting. Wat dametjes in bontjassen kijken ons vragend aan. Kennelijk niet. Het chaotische bestuur deed ook niet echt zijn best om ons welkom te doen voelen. “Andiamo”, meldt Agnes, “tijd om te gaan”.

Gelukkig hadden wij nog een troef achter de hand! In hartje centrum zou ook nog een bridgeclub moeten zitten. Ook hier was het een tijdje spoorzoeken door de enorme stadsmenigte rondom Via Roma, maar ons geduld werd beloond. Op Piazzetta Giuseppe Luigi LaGrange staan we voor een voornaam gebouw.

93a530dc-059d-40ef-8674-a3785597aa2e
Piazzetta Giuseppe Luigi LaGrange 1, Torino

Op één van de goudkleurige naamplaatjes staat ‘Idea Bridge’. We bellen aan en er wordt subito opengedaan! Op de tweede verdieping betreden we een oude Heerensociëteit. Het parket kraakt, er wordt druk gespeeld. Antonio verlaat zijn speeltafel om ons welkom te heten met een caffè. “Ah, siete Olandesi*, bienvenuti!, In 1981 heb ik nog met Carol van Oppen gespeeld!”

Impressie Idea Bridge Torino

We zijn direct verliefd op deze bridge sociëteit. De rookkamer ruikt heerlijk en nodigt uit om een sigaar op te steken. We zouden hier dolgraag bridgen, maar Torino is vanuit Ponti net te ver. Andrea, de zoon van Antonio, helpt ons verder op weg. Hij heeft goede contacten met de bridgeclub in Alessandria. Daar geeft zijn moeder les en wordt de club gerund door Paolo.

Een week later melden wij ons in Alessandria. Geen parketvloeren hier, maar een prima clubhuis met dito bar en, joepie, birra alla spina. Paolo komt achter het bridgeschot** vandaan en omhelst ons alsof we elkaar al jaren kennen. Het gaat nu echt gebeuren, voor ‘t eerst een bridgedrive in Italia!

img_3847.jpg
Bridgezaal Circolo Europa Alessandria

Aan tafel gaan we al snel op in het spel. Klaveren zijn hier Fiori en een Boer is il Fante, maar verder maakt iedereen zich druk om dezelfde groot- en kleinigheden. Na de laatste tafel zijn we natuurlijk toch benieuwd naar de uitslag. Dat is hier een hele happening. Elk spel wordt omgeroepen en ingevoerd, een beetje zoals bij het Eurovisie Songfestival. Halverwege begonnen onze harten sneller te kloppen. We stonden bovenaan! Zelfs ik verstond het Italiaanse geroezemoes; “Die Olandesi zouden toch niet…” Na wat ‘zero points’ zakten we alsnog naar een verdienstelijke zevende plaats. Dat leek ons als prille gast ook wel zo gepast.

*Italiaanse bridgefanaten hebben veel respect voor het Nederlandse Bridge. In de jaren 60 en 70 was het Italiaanse Blue Team met spelers als Giorgio Belladonna en Benito Garozzo onverslaanbaar. Toen het Rotterdamse duo Hans Kreijns en Bob Slavenburg als eerste Nederlanders in 1966 wereldkampioen werden, was dit dan ook een regelrechte sensatie.
In 1993 en 2011 won Nederland de prestigieuze Bermuda Bowl.

**Topspelers spelen achter een schot, om te voorkomen dat partners ongeoorloofde signalen uitwisselen.

Caprice des dieux!

‘C’est un caprice des dieux!’. Een groter compliment kon mijn vriend Titus niet maken. Het betekent zoiets als een mirakel van de Goden. We hadden net de Cuvée les Equinces 2015 van Pierre Berlancourt geopend, een witte bourgogne. Titus had gelijk, zo’n goddelijke wijn hadden we nog nooit geproeft, verrukkelijk!!

Samen met zijn zoon Adrien, runt Pierre een microscopisch klein wijngoedje in Meursault. Het is nog geeneens één hectare. Zijn wijnen mogen slechts ‘Bourgogne’ heten. De percelen liggen namelijk net buiten de chique appellations van Puligny Montrachet en Meursault.

Links de miniscule oogst 2016, rechts 2017

Eén keer per jaar maken we vanuit Italië een stop in Meursault. Dan mag ik mijn gereserveerde hoeveelheid flessen ophalen. Nu is dat 2016, want alle wijn blijft minimaal twee winters op vat. Pierre en Adrien hebben lak aan het appelation-systeem. Elk jaar bewijzen ze weer dat ze van druiven van ‘bescheiden’ komaf met noeste arbeid, hele grote wijnen kunnen maken. Veel beter dan de meeste bourgognes met voorname etiketten en stratosferische prijzen.

‘Italië is groot in rode wijn, wij maken de beste witte wijn’, legt Pierre mij uit. Ik kan het alleen maar beamen. Als dank voor mijn jaarlijkse toelage heb ik een paar flessen rood uit Italië meegenomen. Ook van een man die pas op latere leeftijd serieus wijn is gaan maken; Lodovico Isobella della Croce was eerst topadvocaat in Milaan. Pierre was decennia lang sommelier in Parijs. Zij tonen aan dat je nooit te oud bent om wijn te maken.

Dus waarom ook niet in Ponti? Nu staat er tarwe of maïs op ons land. Die wuivende tarwe is best mooi, maar die maïs is niks an. Pierre adviseert wit; ‘Dat is makkelijker dan rood, eventueel kun je Merlot proberen’. Agnes wil wit. Ik wil rood, het liefst Albarossa, een kruising tussen de ‘mannelijke’ Nebbiolo en ‘vrouwelijke’ Barbera.

Anton en Pierre

Of je wijn kunt verbouwen, hangt af van de ligging en de terra. Eén ding is zeker, vroeger werd er wel wijn gemaakt. De ‘botti’ (vaten) in onze kelder en de pers in de tuin getuigen daarvan. Maar dat was bocht. Zure Barbera die uitsluitend de oude generatie nog aan kan. Maar, zou het ooit mogelijk zijn zoiets moois, als van Pierre te maken? Binnenkort komt Luca van Isolabella della Croce ons land inspecteren. We wachten in spanning af.

P.S. We zijn weer in Rotterdam, heb je zin in een proeverijtje van de wijnen van Pierre? Je bent welkom!

Mai un momento noioso (Never a dull moment)

‘Woeha, Woeha, Whewhe, Huuhuu, Blubblub, Woeha!’ Het is mijn 90-jarige vader. Hij betreedt voor het eerst ons zwembad. Mijn vader slaakt wel vaker ongecoördineerde kreten. Het klinkt vaak angstaanjagend, maar er is zelden iets aan de hand. In Hotel van der Werff (Schiermonnikoog, 2007) dacht de ganse eetzaal dat zijn laatste uur had geslagen. De tafel naast ons liet spontaan alle bestek uit handen vallen. Het werd doodstil in de eetzaal. Alle gasten keken richting onze tafel. Mijn moeder en ik stellen dan iedereen weer gerust. Er hoefde geen helikopter te komen!

Zo leek het nu ook. Niks aan ’t handje. Totdat mijn vader rondjes onder water ging draaien en eigenlijk niet meer boven kwam. Met kleren en al sprong ik in het water en hees Pa op de kant. Het was kantje boord. Snel rende ik naar binnen om Ketel 1 uit de diepvries te halen. Na een ferme slok van de vertrouwde Hollandse borrel, knapte hij gelukkig zienderogen op.

Pa (Frank) & Ma (Barbara)

Om Pa verder gerust te stellen, zijn we ’s avonds gaan nossen. Nossen is een oud spelletje met dominostenen uit zijn Leidse studententijd. Je moet steeds zeven maken. Dus de twee aan de vijf, vier aan de drie, etc. Tijdens het spel gaf Pa toe, de schoolslag al tien jaar geleden verleerd te zijn. De ouderdom komt met gebreken. Niet altijd fijn, maar ‘looking on the bright side, never a dull moment’!

Dag twee van het bezoek van mijn ouders ben ik aan de beurt. Tijdens het eten sloeg Agnes opeens wild om zich heen totdat ik een pijnlijke steek op mijn borstbeen voelde. Ik was gestoken door il calabrone, een hoornaar. Dat doet nog een beetje meer pijn dan una vespa, een wesp. De dag daarna direct de Vespa man gealarmeerd. Kordaat roeide hij het zooitje uit.

De laatste dag is het bonte avond. Onze vicini Pasquale en Lidia zijn er ook bij. Pasquale feliciteert mijn moeder met haar gezegende leeftijd. Hij heeft ook 81 jaar. Onze lieve buurtjes komen oorspronkelijk uit Basilicata en Puglia, Zuid-Italië. Daar zijn ze net zo klein als die huisjes. ‘Hij past in mijn broekzak’ zegt Lidia over haar man Pasqualino. En dat klopt wel. Ze is zeker niet groter, maar heeft genoeg volume om haar mannetje te kunnen verstoppen.

image_558642819711447
Lidia & Pasquale en Agnes

Het werd een genoeglijk samenzijn. Gezien de laatste dagen kon het natuurlijk niet alleen gezellig blijven. Bij het afscheid nemen ging Lidia onfortuinlijk onderuit. Gelukkig kon ik nog net haar val breken. Deo Volente doen we het volgend jaar dunnetjes over. Wel onder een ander gesternte.

P.S. We zijn opzoek naar nieuwe buurtjes. Het huis van Pasquale en Lidia is te koop!
Meer info via AgnesWarntjes@outlook.com.

Mauro e le sue sei figlie (Mauro en zijn zes dochters)

‘Ik ben Mauro, Mauro met de zes dochters’. We schudden hem hartelijk de hand. Hij zit er ook mee. Telkens ontsnappen zijn koeien weer. Mauro laat zijn koeien buiten grazen. Dat is op zich al bijzonder. De meeste Italianen nemen de moeite niet. Koeien blijven hier op stal. Met goed hekwerk hebben ze dan ook weinig ervaring. Een lullig touw gespannen op paaltjes moet ze in het gareel houden. Er was al snel een slim stiertje die dat door had. Eerst ging hij nog alleen op pad. Nu volgt de hele kudde, een heerlijke bonte verzameling van kalveren, vaarzen, pinken en koeien.

Buren bellen bezorgd op. Ze vrezen voor hun druiven, appelen en peren. Het laag hangend fruit is een makkelijke prooi voor Mauro’s kudde. Als de kudde zich te goed doet aan de maïs, zien we opeens een hoop leuke jonge meiden in het veld. Samen met de boerin roepen zij de kudde tot de orde. Er komt geen boerenknecht aan te pas! De zes dochters variërend van 10 tot 18 jaar, hebben voldoende power om het koevolk herwaarts te wijzen. De rust is weder gekeerd op het land. Maar niet voor lang.

Als ik een grote vlaai ontwaar op het terras aan ons zwembad begin ik me ook zorgen te maken. Het doet me denken aan de kinderklassieker ‘De koe die in het water viel’. In mijn jeugd stukgelezen en daarna nog 20 jaar aan toeristen verkocht bij Victoria Gifts, mijn voormalige souvenirhandel in 020. De maker van deze vlaai komt echter niet in Gouda aan. Hier is ’t meestal geen happy end…

De koe die in het water viel

We zijn verheugd als Mauro komt kennismaken. Met buren en boeren wil je graag in vrede leven. Het is goed te zien dat hij net zo bezorgd is als wij. Mauro lijkt op Jan Wolkers, maar dan nog een kop groter. Hij had ook een verward schrijver kunnen zijn. Zijn openingszin heeft inderdaad iets dichterlijks: ‘Ik ben Mauro, Mauro met de zes dochters’.

Als wij de foto’s van de avontuurlijke koe laten zien, zijn de dochters er als de kippen bij. Ze willen allemaal een kopie op hun iphone. We wisselen onze nummers uit voor whatsapp. Inmiddels staan de koeien op een goed omgrensd veld, dankzij de ragazze. De ooit zo gewenste boerenzoon wordt volgens mij niet meer gemist.

Il soggiorno (Das Wohnzimmer)

Agnes en ik kennen elkaar uit de Witte Aap. Café de Witte Aap was in 2007 hot. Het was de tijd van de illegale feestjes van Aziz en Manuela. Aziz was toen de gedoodverfde opvolger van party-goeroe Ted. Manuela was chefkok bij Toko 94. Alle leuke feestjes vonden binnen plaats. Op de Witte de With was nog geen terrastafeltje te bekennen.

Net zo spannend was het ‘Wohnzimmer‘ concept van Martin Roedolf. In lege ruimtes werden kamertjes ingericht met ouwe meuk uit vervlogen tijden. Agnes hielp eens bij zo’n feestje en ik ging mee. Af en toe verstopte ze zich achter een staande schemerlamp. Ze speelde ‘hard to get’. En met succes. Een paar jaar later startten we samen ‘Anno 1867’, onze B&B aan de Eendrachtsweg.

lounge_5

Anno 1867 was eigenlijk één grote 19e-eeuwse Wohnzimmer. Een heerlijk huis met een ouwe ziel. Maar aan alles komt een end. Het afscheid nemen was niet gemakkelijk. Gelukkig is het oude huis in goede handen. Ebru laat er geen gras over groeien. Ze verbouwt overtuigend en met liefde.

In Ponti hebben we de Wohnzimmer weer opgebouwd. Tante Bets hangt nu bij het zwembad. Nog nooit heeft ze zo mooi gehangen. Het is haar gegund. Generaties lang lag ze op stoffige zolders. Ze was vergeten. Nu straalt ze weer. Ze geniet zichtbaar van dit uitzicht.

Uitzicht op A&A (2)

Deze week hebben we André en Zed op bezoek, broer en neefje van Agnes. André komt ons helpen met behangen. Een klusje dat ik niet samen met Agnes doe. Daar heb ik een goede reden voor. Mochten we het wel samen doen, dan is de kans groot dat één van ons achter het behang wordt geplakt. En ik zou de ‘Lul de Behanger’ zijn. Italianen kunnen en willen niet behangen. Ik ook niet. Agnes en André samen wel. Dank je wel André!

IMG_3149