Agnes en ik kennen elkaar uit de Witte Aap. Café de Witte Aap was in 2007 hot. Het was de tijd van de illegale feestjes van Aziz en Manuela. Aziz was toen de gedoodverfde opvolger van party-goeroe Ted. Manuela was chefkok bij Toko 94. Alle leuke feestjes vonden binnen plaats. Op de Witte de With was nog geen terrastafeltje te bekennen.
Net zo spannend was het ‘Wohnzimmer‘ concept van Martin Roedolf. In lege ruimtes werden kamertjes ingericht met ouwe meuk uit vervlogen tijden. Agnes hielp eens bij zo’n feestje en ik ging mee. Af en toe verstopte ze zich achter een staande schemerlamp. Ze speelde ‘hard to get’. En met succes. Een paar jaar later startten we samen ‘Anno 1867’, onze B&B aan de Eendrachtsweg.

Anno 1867 was eigenlijk één grote 19e-eeuwse Wohnzimmer. Een heerlijk huis met een ouwe ziel. Maar aan alles komt een end. Het afscheid nemen was niet gemakkelijk. Gelukkig is het oude huis in goede handen. Ebru laat er geen gras over groeien. Ze verbouwt overtuigend en met liefde.
In Ponti hebben we de Wohnzimmer weer opgebouwd. Tante Bets hangt nu bij het zwembad. Nog nooit heeft ze zo mooi gehangen. Het is haar gegund. Generaties lang lag ze op stoffige zolders. Ze was vergeten. Nu straalt ze weer. Ze geniet zichtbaar van dit uitzicht.

Deze week hebben we André en Zed op bezoek, broer en neefje van Agnes. André komt ons helpen met behangen. Een klusje dat ik niet samen met Agnes doe. Daar heb ik een goede reden voor. Mochten we het wel samen doen, dan is de kans groot dat één van ons achter het behang wordt geplakt. En ik zou de ‘Lul de Behanger’ zijn. Italianen kunnen en willen niet behangen. Ik ook niet. Agnes en André samen wel. Dank je wel André!





Vandaag kreeg ik een zelfgekweekte palmboom van René. René Gaillet is een schat van een man. Hij is een Zwitser en woont aan de overkant van het dal in zijn Casa di Palma. Hij is al 78, maar loopt nog als een gems. Hij kent alle ’Pontesi’ van het dorp. Wekelijks brengt hij ons op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Na 10 jaar is hij al behoorlijk geïntegreerd. Tijdens het laatste dorpsfeest mocht hij weer meelopen in de optocht. Weliswaar nog niet als edelman, maar wel als monnik. Hij was zo trots als een pauw. Ik noem hem altijd ‘Re-nè’, gelijk de legendarische barman van ‘Allo ‘Allo. Geen idee waarom. Net als ‘Good Moaning’ van Officer Crabtree (*). Iets dat je nooit meer kwijt raakt.
Vanochtend bezochten we het lokale ziekenhuis in Acqui Terme. Het was niks bijzonders, alleen bloedprikken. Net als het Franciscus ligt het hospitaal naast een golfbaan. En ook bij ‘l’Ospedale’ werden wij bij de ingang verwelkomt door een palmboom. Binnen aan de bar kregen we vervolgens een heerlijke caffè. Ook al zou je ziek zijn, je krijgt in deze omgeving nauwelijks de kans je ziek te voelen.