‘C’est un caprice des dieux!’. Een groter compliment kon mijn vriend Titus niet maken. Het betekent zoiets als een mirakel van de Goden. We hadden net de Cuvée les Equinces 2015 van Pierre Berlancourt geopend, een witte bourgogne. Titus had gelijk, zo’n goddelijke wijn hadden we nog nooit geproeft, verrukkelijk!!
Samen met zijn zoon Adrien, runt Pierre een microscopisch klein wijngoedje in Meursault. Het is nog geeneens één hectare. Zijn wijnen mogen slechts ‘Bourgogne’ heten. De percelen liggen namelijk net buiten de chique appellations van Puligny Montrachet en Meursault.

Eén keer per jaar maken we vanuit Italië een stop in Meursault. Dan mag ik mijn gereserveerde hoeveelheid flessen ophalen. Nu is dat 2016, want alle wijn blijft minimaal twee winters op vat. Pierre en Adrien hebben lak aan het appelation-systeem. Elk jaar bewijzen ze weer dat ze van druiven van ‘bescheiden’ komaf met noeste arbeid, hele grote wijnen kunnen maken. Veel beter dan de meeste bourgognes met voorname etiketten en stratosferische prijzen.
‘Italië is groot in rode wijn, wij maken de beste witte wijn’, legt Pierre mij uit. Ik kan het alleen maar beamen. Als dank voor mijn jaarlijkse toelage heb ik een paar flessen rood uit Italië meegenomen. Ook van een man die pas op latere leeftijd serieus wijn is gaan maken; Lodovico Isobella della Croce was eerst topadvocaat in Milaan. Pierre was decennia lang sommelier in Parijs. Zij tonen aan dat je nooit te oud bent om wijn te maken.
Dus waarom ook niet in Ponti? Nu staat er tarwe of maïs op ons land. Die wuivende tarwe is best mooi, maar die maïs is niks an. Pierre adviseert wit; ‘Dat is makkelijker dan rood, eventueel kun je Merlot proberen’. Agnes wil wit. Ik wil rood, het liefst Albarossa, een kruising tussen de ‘mannelijke’ Nebbiolo en ‘vrouwelijke’ Barbera.

Of je wijn kunt verbouwen, hangt af van de ligging en de terra. Eén ding is zeker, vroeger werd er wel wijn gemaakt. De ‘botti’ (vaten) in onze kelder en de pers in de tuin getuigen daarvan. Maar dat was bocht. Zure Barbera die uitsluitend de oude generatie nog aan kan. Maar, zou het ooit mogelijk zijn zoiets moois, als van Pierre te maken? Binnenkort komt Luca van Isolabella della Croce ons land inspecteren. We wachten in spanning af.
P.S. We zijn weer in Rotterdam, heb je zin in een proeverijtje van de wijnen van Pierre? Je bent welkom!












Vandaag kreeg ik een zelfgekweekte palmboom van René. René Gaillet is een schat van een man. Hij is een Zwitser en woont aan de overkant van het dal in zijn Casa di Palma. Hij is al 78, maar loopt nog als een gems. Hij kent alle ’Pontesi’ van het dorp. Wekelijks brengt hij ons op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Na 10 jaar is hij al behoorlijk geïntegreerd. Tijdens het laatste dorpsfeest mocht hij weer meelopen in de optocht. Weliswaar nog niet als edelman, maar wel als monnik. Hij was zo trots als een pauw. Ik noem hem altijd ‘Re-nè’, gelijk de legendarische barman van ‘Allo ‘Allo. Geen idee waarom. Net als ‘Good Moaning’ van Officer Crabtree (*). Iets dat je nooit meer kwijt raakt.
Vanochtend bezochten we het lokale ziekenhuis in Acqui Terme. Het was niks bijzonders, alleen bloedprikken. Net als het Franciscus ligt het hospitaal naast een golfbaan. En ook bij ‘l’Ospedale’ werden wij bij de ingang verwelkomt door een palmboom. Binnen aan de bar kregen we vervolgens een heerlijke caffè. Ook al zou je ziek zijn, je krijgt in deze omgeving nauwelijks de kans je ziek te voelen.
Tot er een paar wonderlijke ‘toevalligheden’ plaatsvonden. Op allerlei plekken liepen we de eigenaren Gigi en Luciana tegen het lijf. Het werd soms zelfs wat gênant. Toen ik Luciana weer zag in de Bennet (de lokale Albert Heijn) verstopte ik mij tussen de schappen. Ik zat met mijn neus tussen de azijnflessen en bestudeerde de etiketten. Met koeienletters stond daar ‘PONTI dal 1867’. En ineens wist ik het. Het kon niet anders zijn dat Ponti 1867 de natuurlijke opvolger werd van ‘Anno 1867’, onze B&B op de Eendrachtsweg in Rotterdam!