‘Ecco, een fles champagne voor als het zwembad klaar is’!
Mario Adorno komt even naar de vorderingen kijken met z’n kleinzoon. Hij is de vader van Daniele, onze elektricien. Een reus van een man met altijd een glimlach op z’n gezicht. We kijken uit op zijn wijngaarden. Hij overhandigt ons een fles ‘Mario Champagne’. Ter inzegening.

Overal in het dorp vragen ze hoe het met het zwembad gaat. Bij de slager, de kruidenier en natuurlijk de Pro Loco, de dorpskroeg. Dat is ook niet zo gek. De helft van het dorp werkt mee. Ze vinden het allemaal prachtig wat die Olandesi daarboven aan het maken zijn, een enorme ‘infinity pool’! Ook uit onverwachte hoek is er belangstelling…

Het was lang wikken en wegen. Hoe groot, hoe diep, zout of chloor, welke tegels en welke kleur? Mijn Tilburgse vriend Wim vond dat ik het groots moest aanpakken. Een zwembad moet Diep, Voornaam en Lang zijn, net als de Rotdog van Hans Worst; Dik, Vet en Lekker. Geen gepiel in de marge. Voor Wim is het alles of niets oftewel ‘Ut kòst wèl wa, mar daor betòlde dan ok vur’.
Het bad is klaar! Alleen nu nog water. Dat is even een probleem. We kunnen de tuinslang er niet inhangen. Te belastend voor het dorp. Twee dagen en elf tankwagens later is het bad vol. Nog niet alles is af, maar we kunnen erin!
Waar ik vooral van geniet, is het bad vol spetterende jeugd. Ik word zelf ook een beetje kinds. ’s Nachts droom ik van SpongeBob. Dan heb ik zijn huis – een Ananas – gekocht. Die staat in het diepe op de bodem van het zwembad. Ik wil ook nog zijn vrienden Octo en Patrick erbij. En natuurlijk mag het restaurant ‘de Krokante Krab’ niet ontbreken.

In werkelijkheid heb ik alleen een dolfijn (Dolphin), een stofzuiger voor je zwembad. De dolfijn beweegt als een maanverkenner uit de Apollotijd. Vincenzo Bonifacio -de zwembadman- raadt ons af om het werk van de dolfijn te bestuderen. ‘Daar is geen touw aan vast te knopen, het ding tart elke logica’.
Er ontbreekt slechts nog één ding. La luce, het licht. Daniele zou vanmiddag komen. Gewoon geduldig blijven. Dat wordt beloond. Om kwart voor zes knutselt hij de laatste loodjes in elkaar. Vanavond voor het eerst zwemmen bij nacht. Divino!

Vandaag kreeg ik een zelfgekweekte palmboom van René. René Gaillet is een schat van een man. Hij is een Zwitser en woont aan de overkant van het dal in zijn Casa di Palma. Hij is al 78, maar loopt nog als een gems. Hij kent alle ’Pontesi’ van het dorp. Wekelijks brengt hij ons op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Na 10 jaar is hij al behoorlijk geïntegreerd. Tijdens het laatste dorpsfeest mocht hij weer meelopen in de optocht. Weliswaar nog niet als edelman, maar wel als monnik. Hij was zo trots als een pauw. Ik noem hem altijd ‘Re-nè’, gelijk de legendarische barman van ‘Allo ‘Allo. Geen idee waarom. Net als ‘Good Moaning’ van Officer Crabtree (*). Iets dat je nooit meer kwijt raakt.
Vanochtend bezochten we het lokale ziekenhuis in Acqui Terme. Het was niks bijzonders, alleen bloedprikken. Net als het Franciscus ligt het hospitaal naast een golfbaan. En ook bij ‘l’Ospedale’ werden wij bij de ingang verwelkomt door een palmboom. Binnen aan de bar kregen we vervolgens een heerlijke caffè. Ook al zou je ziek zijn, je krijgt in deze omgeving nauwelijks de kans je ziek te voelen.